Nu de herfst stevige trekken vertoont, de temperatuur daalt en in de tuin alle groei tot stilstand is gekomen is het een goed idee om de restanten van de kruiden die nu nog in de tuin staan te plukken want voor je het weet zijn ze vergaan.
Denk aan de gewone keukenkruiden: salie, rozemarijn, tijm en marjolein maar ook de laatste citroenmelisse en munt! Tijd om ze te snoeien dus en van deze laatste kruiden een heerlijke herfstsiroop te maken. Deze muntsiroop kun je in allerlei gerechten gebruiken en is een heerlijke basis voor een likeur maar ook lekker in een limonade of over cake, fruit of een toetje!
Je kunt er een heerlijke en heilzame drank van maken om het gemis van de verse muntthee weer goed te maken in de wintermaanden. Deze thee maak je van een bodem muntsiroop met een schijfje (biologische) citroen waar je kokend heet water op giet en is aan te raden bij keelpijn, maag en darm problemen, verkoudheid en griep en smaakt daarnaast ook nog eens fantastisch!
Muntsiroop:
- twee handen vol muntblaadjes
- 1 liter water
- 1 citroen, biologische
- 1 sinaasappel, biologische
- 400 gram palmbloesemsuiker of biologische rietsuiker
- c.a. 20 gram gember wortel
- takje Salie
Kneus de munt en de salie blaadjes licht en doe ze in een pan, giet er het water op en doe de suiker erbij. Snijd de citroen en de sinaasappel in plakken en de gemberwortel heel fijn doe deze er ook bij. Gebruik in plaats van honing ook bijvoorbeeld palmbloesemsuiker (biologische). Kook het water kort op totdat de honing/suiker op lost.
Laat de siroop afkoelen en nog een nacht koel staan. De volgende dag knijp je de citroen en sinaasappel goed uit en verwijder de schillen uit de siroop vervolgens kook je hem weer even op en laat 5 minuten zachtjes pruttelen. Giet de hete siroop door een zeef en daarna meteen in gesteriliseerde flesjes doe zo heet mogelijk de dop er op en laat afkoelen.
Vergeet niet de flesjes te labelen!
(Wil je geen suiker gebruiken probeer het dan zonder, de siroop is dan geen “echte” siroop meer en minder lang houdbaar maar dat hoeft geen probleem te zijn natuurlijk als je de siroop snel opmaakt. Gebruik je stevia naar smaak neem dan wel de onbewerkte stevia van het hele kruid dan wordt je siroop groen maar dat hoeft ook geen ramp te zijn, ook deze siroop is niet lang houdbaar.



Kruidenfocaccia – de laatste keukenkruiden van het seizoen
Rond deze periode snoei ik nog een keer de keukenkruiden maar ook ontdek ik nog wat
bijvoet, weegbree en zomer postelein. Mooie kruiden om te verwerken in een maaltijd.
Een heerlijke, luchtige focaccia met de laatste (gedroogde) kruiden uit de kruidentuin.
Focaccia is van buiten knapperig, van binnen zacht en heerlijk bij soep, salade of als
borrelbrood. Een mooie manier om de kruidenoogst uit de keuken en kruidentuin te
gebruiken.
Voor 1 bakvorm van ongeveer 23 × 30 cm
Ingrediënten
- 500 g gewone tarwebloem of speltmeel, boekweit of een mix van deze.
- 3 theelepels fijn Atlantisch zeezout
- 1 eetelepel gedroogde brandnetel
- 1 eetlepel gedroogde basilicum
- 1 eetlepel gedroogde rozemarijn
- 1 theelepel gedroogde tijm
- 1 theelepel gedroogde oregano
- 7 g droge gist
- 450 ml lauwwarm water
- 6–7 eetlepels extra vierge olijfolie
- grof zeezout voor de topping
- Bereiding
Meng de bloem, het broodmeel, zout en de gedroogde kruiden in een grote kom.
Los de gist op in het lauwwarme water en laat dit ongeveer 10 minuten staan, tot de gist licht gaat schuimen. Voeg het water toe aan het bloemmengsel en roer alles goed door. Je krijgt een vrij nat en plakkerig deeg; dat hoort zo. Laat het deeg 20 minuten rusten. Vouw het daarna met natte handen een paar keer over zichzelf heen. Laat opnieuw 20 minuten rusten en herhaal het vouwen.
Giet ongeveer de helft van de olijfolie in een bakvorm en leg het deeg erin. Keer het deeg voorzichtig om zodat het rondom met olie bedekt is. Dek de vorm af en zet het deeg 24–48 uur in de koelkast. Door deze langzame fermentatie krijgt de focaccia veel meer smaak en een mooie luchtige structuur.
Haal het deeg de volgende dag uit de koelkast en laat het 3–4 uur op kamertemperatuur rijzen.
Verwarm de oven voor op 220 °C.
Giet nog wat olijfolie over het deeg en druk met je vingertoppen diepe kuiltjes in het oppervlak. Besprenkel met de resterende olijfolie en strooi er wat grof zeezout over.
Bak de focaccia 20–25 minuten, tot hij mooi goudbruin en knapperig is.
recepten 2026, Kruidengeneeskunde, CasaNatura.nl
Laat iets afkoelen, snijd in stukken en serveer.
Lekker bij soep en salades, als borrelbrood of gewoon met goede olijfolie.
Tip: je kunt de kruiden natuurlijk aanpassen aan wat er nog in je eigen kruidentuin groeit vers of gedroogd is. Juist de combinatie van verschillende keukenkruiden maakt deze focaccia zo lekker. Wil je verse kruiden verwerken? Dat kan, neem dan wel dubbele hoeveelheden en snijd de kruiden fijn, laat ze even een paar uur indrogen.